Richters
hoofdstukken 2:2-8
BasisBijbel
2En wat jullie betreft: jullie mogen geen enkel verbond sluiten met de bewoners van dit land. En jullie moeten al hun altaren afbreken.' Waarom hebben jullie niet gedaan wat Ik gezegd heb?
3Want Ik heb jullie ook gezegd: 'Als jullie Mij niet gehoorzamen, zal Ik hen niet voor jullie wegjagen. Jullie zullen last van hen hebben, als van dorens in je huid. En door hun goden zal het slecht met jullie aflopen.' "
4Toen de Engel van de Heer dit tegen de Israëlieten gezegd had, begonnen ze luid te huilen.
5Daarom noemden ze die plaats Bochim [ (= 'plaats van gehuil') ]. En ze brachten daar offers aan de Heer.
6Toen Jozua nog leefde, had hij het volk laten vertrekken om hun eigen gebied te veroveren.
7Het volk diende de Heer zolang Jozua leefde. Na zijn dood bleven ze ook nog een poos de Heer dienen. Maar alleen zolang er nog andere leiders leefden die zelf hadden gezien wat voor geweldige dingen de Heer voor Israël had gedaan.
8Jozua, de dienaar van de Heer, stierf toen hij 110 jaar was.