Richters
hoofdstukken 2:4-10
BasisBijbel
4Toen de Engel van de Heer dit tegen de Israëlieten gezegd had, begonnen ze luid te huilen.
5Daarom noemden ze die plaats Bochim [ (= 'plaats van gehuil') ]. En ze brachten daar offers aan de Heer.
6Toen Jozua nog leefde, had hij het volk laten vertrekken om hun eigen gebied te veroveren.
7Het volk diende de Heer zolang Jozua leefde. Na zijn dood bleven ze ook nog een poos de Heer dienen. Maar alleen zolang er nog andere leiders leefden die zelf hadden gezien wat voor geweldige dingen de Heer voor Israël had gedaan.
8Jozua, de dienaar van de Heer, stierf toen hij 110 jaar was.
9Hij werd begraven in zijn gebied: in Timnat-Heres. Dat ligt in de bergen van Efraïm, ten noorden van de berg Gaäs.
10Ook alle mensen van zijn tijd stierven. De Israëlieten die nu in het land leefden, kenden de Heer niet zelf. Ze hadden niet zelf gezien wat de Heer voor Israël had gedaan.