Richters
hoofdstukken 3:13-19
BasisBijbel
13Eglon sloot een verbond met de Ammonieten en de Amalekieten, viel samen met hen Israël aan en versloeg het. Ze veroverden de Palmstad [ (= Jericho) ].
14De Israëlieten dienden 18 jaar lang koning Eglon.
15Toen begonnen ze de Heer om hulp te roepen. En de Heer gaf hun een man die hen moest bevrijden. Dat was Ehud, de zoon van Gera, uit de stam van Benjamin. Hij was linkshandig. De Israëlieten stuurden hem naar koning Eglon van Moab [ in Jericho ]. Hij ging hem hun belasting brengen.
16Ehud maakte een kort, scherp zwaard van 1 el [ (45 cm) ] lang en verborg dat onder zijn kleren, op zijn rechterheup.
17Zo bracht hij de belasting naar koning Eglon. Koning Eglon was erg dik.
18Toen Ehud de belasting had afgegeven, ging hij met zijn mannen terug.
19Maar bij de godenbeelden van Gilgal ging hij alleen terug naar koning Eglon. Hij zei tegen hem: "Ik heb een geheime boodschap voor u, mijn heer de koning!" Toen zei de koning: "Zwijg. Laat eerst iedereen weggaan!" Iedereen verliet de zaal.