Richters
hoofdstukken 4:8-14
BasisBijbel
8Maar Barak zei tegen haar: "Ik ga alleen als jij meegaat. Anders ga ik niet."
9Ze zei: "Ik zal met je meegaan. Maar jij zal niet de eer krijgen voor deze overwinning. Want de Heer zal Sisera laten doden door een vrouw." Toen ging Debora met Barak naar Kedes.
10Barak riep 10.000 mannen van de stammen van Zebulon en Naftali bij Kedes bij elkaar. Ook Debora ging met hen mee.
11In de buurt van Kedes woonde een Keniet, die Heber heette. Hij woonde niet bij de andere Kenieten. (De Kenieten waren familie van Mozes' vrouw.) Hij had zijn tenten opgezet bij de eikenboom van Zaänaïm, dat bij Kedes ligt.
12Sisera hoorde dat Barak, de zoon van Abinoam, de berg Tabor had bezet.
13Toen trok Sisera met al zijn 900 strijdwagens naar de beek Kison. Ook nam hij het hele leger mee dat bij hem in Haroset was.
14Debora zei tegen Barak: "Ga, want vandaag zal de Heer Sisera in je macht geven. Want de Heer is voor je uit gegaan." Barak kwam met zijn 10.000 mannen de berg Tabor af.