Richters
hoofdstukken 5:21-27
BasisBijbel
21De beek Kison sleurde hen mee.De oer-oude beek, de beek Kison, sleurde de vijand mee.Vertrap de helden!
22De dappere ruiters vluchtten zo snel ze konden.De grond dreunde van het gestamp van paardenhoeven.
23'Vervloek de stad Meroz,' zegt de Engel van de Heer,'vervloek de bewoners,omdat ze de Heer niet zijn komen helpen,omdat ze de Heer niet als dappere helden te hulp zijn gekomen.
24Maar de vrouw van Heber, Jaël, verdient het om te worden geprezen.Haar zal Ik meer zegenen dan alle andere vrouwen die in tenten wonen.'
25Toen Sisera om water vroeg, gaf ze hem melk.Ze gaf hem heerlijke room in een kostbare schaal.
26Toen pakte ze met haar ene hand een tentpin.Met haar andere hand de zware hamer.Met een zware slag hamerde ze de pin door Sisera's hoofd.Ze sloeg de tentpin dwars door zijn schedel.
27Hij kromp in elkaar tussen haar voeten, viel, en bleef liggen.Tussen haar voeten kromp hij in elkaar.Hij viel neer en bleef dood liggen.