Richters
hoofdstukken 5:4-10
BasisBijbel
4Heer, toen U uit Seïr kwam,toen U door de velden van Edom liep,beefde de aarde en droop de regen uit de hemel.De regen stroomde uit de wolken neer.
5De bergen schudden door uw aanwezigheid.Zelfs de berg Sinaï beefde voor U, de God van Israël.
6In de tijd van Samgar, de zoon van Anat,en in de tijd van Jaël, was er niemand op de wegen.En als iemand toch op reis moest,ging hij langs de kleine weggetjes.
7De dorpen in Israël lagen er verlaten bij,totdat ik, Debora, opstond als een moeder voor Israël.
8De mensen hadden nieuwe goden gekozen.Daardoor was er geen vrede meer in het land.Er waren wel 40.000 mannen in Israël,maar niemand had een schild of een speer![ We waren machteloos tegen de vijand! ]
9Maar nu ben ik blij over de leiders van Israël,over de mannen die vrijwillig aanboden om te komen vechten.Prijs de Heer voor hen!
10Jullie die op witte ezels rijden,jullie die op dure tapijten zitten,en jullie die te voet over de weg gaan: vertel erover!