Richters
hoofdstukken 5:6-12
BasisBijbel
6In de tijd van Samgar, de zoon van Anat,en in de tijd van Jaël, was er niemand op de wegen.En als iemand toch op reis moest,ging hij langs de kleine weggetjes.
7De dorpen in Israël lagen er verlaten bij,totdat ik, Debora, opstond als een moeder voor Israël.
8De mensen hadden nieuwe goden gekozen.Daardoor was er geen vrede meer in het land.Er waren wel 40.000 mannen in Israël,maar niemand had een schild of een speer![ We waren machteloos tegen de vijand! ]
9Maar nu ben ik blij over de leiders van Israël,over de mannen die vrijwillig aanboden om te komen vechten.Prijs de Heer voor hen!
10Jullie die op witte ezels rijden,jullie die op dure tapijten zitten,en jullie die te voet over de weg gaan: vertel erover!
11Zing over de geweldige dingen die de Heer heeft gedaan,over de geweldige dingen die Hij voor de dorpen van Israël heeft gedaan.Zing, ver van het lawaai van de boogschutters,op de plaatsen waar jullie water scheppen.
12De mannen van het volk van de Heer kwamen uit hun steden.'Kom, Debora, kom! Vuur ons aan met een lied!Kom, Barak, neem je vijanden gevangen, jij zoon van Abinoam!'