Ruth
hoofdstukken 1:17-22
BasisBijbel
17Waar jij sterft, zal ik sterven en daar zal ik begraven worden.
18Ik zweer bij de Heer dat alleen de dood ons zal kunnen scheiden." Naomi zag dat Ruth vastbesloten was om met haar mee te gaan. Daarom hield ze erover op.
19Samen reisden ze verder naar Betlehem. Toen ze Betlehem binnen kwamen, raakte de hele plaats in rep en roer. De vrouwen zeiden: "Hé, dat is toch Naomi?"
20Maar Naomi zei tegen hen: "Noem mij maar geen Naomi [ (= 'mooi en vriendelijk') ] meer. Noem mij voortaan maar Mara [ (= 'bitter') ]. Want de Almachtige God heeft mijn leven bitter gemaakt.
21Toen ik vertrok, had ik alles. Maar met lege handen heeft de Heer mij teruggebracht. Waarom zouden jullie mij Naomi noemen? Want de Heer is tégen mij. De Almachtige God heeft mijn leven bitter gemaakt."
22Zo kwam Naomi terug met Ruth, de vrouw uit Moab die met haar zoon getrouwd was geweest. Het was net de oogsttijd van de gerst toen ze in Betlehem terugkwamen.