14 Doe niet mee met oneerlijke mensen.Ga niet het slechte pad op.
15 Blijf bij hen vandaan,ga niet met hen mee.
16 Zij kunnen niet slapen als ze geen slechte dingen konden doen.Ze liggen wakker als ze niemand kwaad hebben gedaan.
17 Want ze leven van het kwaad.Ze genieten ervan als van lekkere wijn.
18 Maar het leven van goede mensenlijkt op het glanzen van het eerste ochtendlichtdat steeds helderder gaat stralen, totdat het helemaal dag is.
19 Maar het leven van slechte mensen is donker.Ze struikelen doordat ze niet zien waar ze gaan.
20 Mijn zoon, luister naar mijn woorden.Houd je oren open voor wat ik zeg.