Zacharia
hoofdstukken 6:2-8
BasisBijbel
2Voor de eerste wagen liepen rode paarden, voor de tweede zwarte,
3voor de derde witte en voor de vierde gevlekte paarden. Het waren allemaal sterke dieren.
4Ik vroeg aan de engel die met mij sprak: "Wat betekent dit, heer?"
5De engel antwoordde mij: "Deze paarden en wagens zijn de vier winden die bij de Heer van de hele aarde vandaan komen.
6De wagen met de zwarte paarden gaat naar het Noorderland. De wagen met de witte paarden gaat hen achterna naar het land dat ten westen daarvan ligt. De gevlekte paarden gaan naar het Zuiderland."
7De sterke paarden kwamen aandraven. Ze wachtten ongeduldig tot de Engel het teken zou geven dat ze mochten gaan. De Engel zei: "Ga, trek rond over de aarde." Ze gingen en trokken rond over de aarde.
8Toen riep de Engel naar mij: "Let op! De paarden en wagens die naar het Noorderland zijn gegaan, brengen daar mijn Geest tot rust. "