1 Samuel
hoofdstukken 14:22-28
BasisBijbel
22De Israëlieten die zich in de bergen van Efraïm hadden verborgen, hoorden ook dat de Filistijnen op de vlucht sloegen. Toen sloten ook zij zich bij Saul aan in de strijd.
23Zo bevrijdde de Heer die dag Israël. Er werd tot voorbij Bet-Aven gevochten.
24Aan het begin van die dag had Saul tegen zijn mannen gezegd: "Vervloekt is iedereen die iets eet voordat het avond is en voordat ik mij heb gewroken op mijn vijanden." Daarom had niemand van hen die dag iets gegeten. Hierdoor waren ze erg moe.
25Tijdens de achtervolging kwamen ze in een bos. Daar zagen ze honing.
26Maar niemand durfde er iets van te eten, uit angst voor de vervloeking.
27Maar Jonatan had niet gehoord wat zijn vader had gezegd. Hij doopte de punt van een stok in de honing en at ervan. Meteen keek hij weer helder uit zijn ogen.
28Eén van de mannen zei tegen hem: "Uw vader heeft tegen ons gezegd: 'Vervloekt is iedereen die vandaag iets eet.' Daarom zijn we nu zo uitgeput."