1 Samuel
hoofdstukken 17:7-13
BasisBijbel
7Hij had een speer die zo lang en zo dik was als de boom van een weefgetouw. De speerpunt was van 600 sikkels ijzer [ (6,5 kilo) ] gemaakt. Een schildknaap liep voor hem uit met Goliats schild.
8Goliat stond daar en riep naar het leger van Israël: "Waarom zijn jullie met je hele leger gekomen? Ik ben een Filistijn en jullie zijn dienaren van Saul! Kies een man uit die met mij wil vechten!
9Als hij mij verslaat, zullen wij jullie dienen. Maar als ik win, zullen jullie ons dienen.
10Ik daag jullie uit: kies iemand uit die met mij vecht!"
11Saul en heel Israël werden erg bang toen ze dit hoorden.
12David was één van de zonen van Isaï, uit Betlehem in Efrat in het gebied van Juda. Isaï had acht zonen. Hij was zelf te oud om nog met het leger mee te gaan.
13Maar zijn drie oudste zonen waren wel bij Sauls leger. Dat waren Eliab, zijn oudste zoon, Abinadab, zijn tweede zoon en Samma, zijn derde zoon.