1 Samuel
hoofdstukken 18:3-9
BasisBijbel
3Jonatan sloot een verbond met David.
4En hij gaf hem zijn mantel en zijn wapenrusting. Zelfs zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel.
5David streed voortaan mee in het leger van Saul. Daarbij was hij wijs en verstandig. Daarom maakte Saul hem aanvoerder van het leger. Het hele volk en alle dienaren van Saul mochten hem graag.
6Toen David de Filistijn had verslagen, ging het leger van Israël terug naar huis. De vrouwen uit alle steden van Israël kwamen koning Saul met allerlei muziekinstrumenten dansend en zingend tegemoet.
7De dansende vrouwen zongen: "Saul heeft duizenden verslagen, maar David tienduizenden!"
8Toen werd Saul woedend. Het lied beviel hem helemaal niet en hij dacht: 'Ze geven David de tienduizenden en mij maar de duizenden. Straks wordt hij ook nog koning!'
9Vanaf die dag vertrouwde Saul David niet meer en hield hij hem in de gaten.