1 Samuel
hoofdstukken 2:5-11
BasisBijbel
5Wie eerst genoeg te eten hadden,moeten zich nu als knecht verhuren voor brood.Maar wie honger hadden,hebben het nu goed.Een vrouw die geen kinderen kon krijgen,krijgt zelfs zeven kinderen.Maar een vrouw die veel kinderen heeft,kan er nu geen meer krijgen.
6De Heer doodten de Heer brengt weer tot leven.Hij stuurt mensen naar het dodenrijk,en haalt mensen terug uit de dood.
7De Heer maakt arm, en Hij maakt rijk.Sommige mensen vernedert Hij,andere eert Hij juist.
8Hij tilt onbelangrijke mensen op uit het stof.Arme mensen tilt Hij op uit de modder.Daarna zet Hij hen bij de belangrijke mensenen geeft Hij hun een ereplaats. Want de fundamenten van de aarde zijn van de Heer.Hij heeft de aarde daarop neergezet.
9Hij beschermt het leven van zijn vrienden.Maar mensen die zich niets van Hem aantrekken,sterven in het duister.Want niet door zijn eigen kracht is een mens sterk.
10Mensen die niet naar de Heer willen luisteren,worden gebroken.Met een stem die dreunt als de donderspreekt Hij tot hen vanuit de hemel.De Heer spreekt recht over de hele aarde.Hij maakt zijn koning machtig.De man die Hij uitgekozen en gezalfd heeft, maakt Hij sterk."
11Toen ging Elkana terug naar Rama. Maar de jongen bleef bij Eli in Silo om de Heer te dienen.