1 Samuel
hoofdstukken 8:1-7
BasisBijbel
1Toen Samuel oud geworden was, maakte hij zijn zonen leiders van Israël.
2Zijn oudste zoon heette Joël, zijn tweede zoon Abia. Ze leidden Israël in Berseba.
3Maar ze leefden niet zoals Samuel. Ze probeerden vooral om rijk te worden. Ze lieten zich omkopen en waren onrechtvaardige rechters.
4Daarom gingen de leiders van de stammen van Israël met elkaar naar Samuel in Rama.
5Ze zeiden tegen hem: "U bent oud geworden en uw zonen leven niet zoals u. Geef ons alstublieft een koning om ons te leiden, net als de andere volken hebben."
6Samuel was het er niet mee eens dat ze een koning wilden hebben. Hij bad erover tot de Heer.
7De Heer zei tegen Samuel: "Luister naar het volk en doe wat ze van je vragen. Want ze hebben niet jou aan de kant geschoven, maar Mij. Ze willen Mij niet als Koning hebben.