Exodus
hoofdstukken 10:19-25
BasisBijbel
19En de Heer zorgde ervoor dat er een harde westenwind ging waaien. Die nam de sprinkhanen mee en blies ze de Rietzee in. Er bleef in heel Egypte geen één sprinkhaan over.
20Maar de Heer zorgde ervoor dat de Farao koppig bleef, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.
21Daarna zei de Heer tegen Mozes: "Steek je hand op naar de hemel. Dan zal het donker worden in Egypte. Het zal er aardedonker zijn."
22Mozes stak zijn hand op naar de hemel. Toen werd het drie dagen lang aardedonker in heel Egypte.
23Drie dagen lang konden de mensen elkaar niet zien. Niemand durfde een voet te verzetten. Maar waar de Israëlieten woonden, was het licht.
24Toen liet de Farao Mozes komen en zei: "Ga de Heer maar aanbidden. Jullie kinderen mogen met jullie meegaan. Maar jullie schapen, geiten en koeien moeten hier blijven."
25Maar Mozes zei: "U moet ons dieren laten meenemen om aan onze Heer God te offeren.