Exodus
hoofdstukken 11:1-5
BasisBijbel
1(Voordat dit gebeurde, had de Heer tegen Mozes gezegd: "Ik zal nog één ramp over de Farao en Egypte laten komen. Daarna zal hij jullie allemaal laten gaan. Hij zal jullie hier zelfs met geweld wegjagen.
2Zeg tegen het volk dat iedereen van zijn [ Egyptische ] buren om zilveren en gouden voorwerpen moet vragen."
3En de Heer zorgde ervoor dat de Egyptenaren goed waren voor het volk. Want de dienaren van de Farao en de mensen van het volk hadden veel ontzag voor Mozes.)
4En Mozes zei [ toen tegen de Farao ]: "Dit zegt de Heer: Rond middernacht trek Ik door Egypte.
5Dan zullen alle oudste zonen in het land sterven. Vanaf uw eigen oudste zoon die ná u koning zal zijn, tot en met de oudste zoon van de slavin die graan maalt. Ook alle eerstgeboren dieren van het vee zullen sterven.