Exodus
hoofdstukken 14:5-11
BasisBijbel
5De koning van Egypte kreeg bericht dat het volk was gevlucht. Toen veranderden de Farao en zijn dienaren van gedachten. Ze zeiden: "Wat hebben we gedaan? Hoe konden we zo dom zijn de Israëlieten te laten vertrekken? Nu zijn we onze slaven kwijt!"
6Hij liet zijn strijdwagen komen en riep zijn hele leger bij elkaar.
7Hij nam alle strijdwagens mee die hij had: 600 snelle strijdwagens vol krijgers.
8Want de Heer zorgde ervoor dat de Farao koppig was. Daardoor achtervolgde hij de Israëlieten. Maar de Israëlieten trokken verder, geleid door God.
9De Farao achtervolgde hen met al zijn paarden en wagens en ruiters, zijn hele leger. Hij haalde hen in bij Pi-Hachirot, tegenover Baäl-Zefon. Want daar hadden ze hun tentenkamp opgezet bij de zee.
10Toen zagen de Israëlieten dat de Egyptenaren hen achterna waren gekomen. De Farao was al vlakbij. Ze werden heel erg bang en schreeuwden tot de Heer.
11En ze riepen tegen Mozes: "Waren er in Egypte soms geen graven? Heb je ons meegenomen om ons te laten sterven in de woestijn? Waarom heb je ons uit Egypte gehaald?