Exodus
hoofdstukken 21:20-26
BasisBijbel
20Als iemand zijn slaaf (of slavin) met een stok slaat, zodat deze sterft, dan moet de dader worden gestraft.
21Maar als de slaaf of slavin eerst nog een paar dagen blijft leven, hoeft de dader niet te worden gestraft. Want de slaaf is immers zijn eigendom.
22Stel dat twee mannen vechten en één van hen raakt een vrouw die in verwachting is. Als daardoor haar kind dood geboren wordt, maar zijzelf sterft niet, dan moet de dader een boete betalen aan haar man. Haar man mag bepalen hoeveel de dader moet betalen. Hij moet het bedrag betalen aan de rechters en zij geven het aan de man.
23Maar als ze zelf ook sterft, moet de dader het volgende betalen:
24zijn leven voor een leven, een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand,
25een voet voor een voet, een brandwond voor een brandwond, een wond voor een wond, een buil voor een buil.
26Als iemand zijn slaaf (of zijn slavin) op een oog slaat zodat hij blind wordt aan dat oog, moet hij hem vanwege dat oog vrijlaten.