Exodus
hoofdstukken 24:1-5
BasisBijbel
1Toen zei de Heer tegen Mozes: "Klim naar boven en kom naar Mij toe. Breng Aäron, [ zijn zonen ] Nadab en Abihu en 70 van de leiders van Israël mee. Zij moeten op een afstand neerknielen.
2Jij mag bij Mij komen, maar zij niet. Ook het volk mag niet met je mee de berg op komen."
3Toen vertelde Mozes aan het volk alles wat de Heer had gezegd en bevolen. Het hele volk antwoordde als één man: "We zullen alles doen wat de Heer heeft gezegd."
4Mozes schreef alles op wat de Heer had gezegd. Vroeg in de ochtend bouwde hij onderaan de berg een altaar. Hij zette daarbij twaalf stenen overeind, één voor elke stam van Israël.
5Toen stuurde hij de jonge mannen van de Israëlieten weg om dieren te slachten en te offeren als dank-offers voor de Heer.