Exodus
hoofdstukken 26:1-4
BasisBijbel
1Maak een tent van tien tentkleden. Weef de tentkleden van blauw, paars en rood draad en fijn linnen. Weef er mooie engelen in.
2Elk tentkleed moet 28 el [ (12½ m) ] lang en 4 el [ (1,8 m) ] breed zijn. Alle tentkleden moeten even groot worden.
3Maak vijf van de tentkleden aan elkaar. Maak ook de andere vijf tentkleden aan elkaar.
4Maak blauwe lussen aan de rand van het laatste kleed van de vijf tentkleden die aan elkaar genaaid zijn. Doe hetzelfde aan de rand van het laatste tentkleed van de andere vijf tentkleden die aan elkaar genaaid zijn.