Exodus
hoofdstukken 26:7-13
BasisBijbel
7Maak ook tentkleden van geitenhaar. Die worden een tent over de [ eerste ] tent. Maak elf tentkleden.
8Elk tentkleed moet 30 el [ (13½ m) ] lang en 4 el [ (1,8 m) ] breed zijn. Alle elf tentkleden moeten even groot worden.
9Maak vijf van deze tentkleden aan elkaar. Maak de andere zes tentkleden ook aan elkaar. Vouw het zesde tentkleed dubbel. Dat komt aan de voorkant van de tent.
10Maak 50 lussen aan de rand van het laatste kleed van de vijf tentkleden en 50 lussen aan de rand van het laatste kleed van de zes tentkleden.
11Maak 50 koperen haakjes. Steek ze in de lussen en maak daarmee de tentkleden aan elkaar vast. Zo worden de tentkleden één geheel.
12Wat betreft het deel van de tentkleden dat [ in de lengte ] overhangt: de helft van het overhangende kleed moet overhangen aan de achterkant van de tent.
13En van de 2 el [ (90 cm) ] die overblijven in de breedte moet 1 el [ (45 cm) ] aan de ene zijkant en 1 el aan de andere zijkant van de tent overhangen. Zo zal dat kleed de tent bedekken.