Exodus
hoofdstukken 28:16-22
BasisBijbel
16Hij moet van een vierkante lap gemaakt worden, van dubbele stof, 1 span [ (23 cm) ] lang en 1 span breed.
17Vul de voorkant op met vier rijen edelstenen. De eerste rij met sardis, topaas en karbonkel.
18De tweede rij met smaragd, saffier en diamant.
19De derde rij met hyacint, agaat en amethist.
20De vierde rij met turkoois, sardonyx en jaspis. De stenen moeten er met gouden zettingen op vastgezet worden.
21Voor elke zoon van Israël moet er een steen zijn. Dus twaalf stenen, omdat er twaalf namen zijn. In elke steen moet de naam van één van de twaalf stammen uitgesneden worden.
22Maak voor de borsttas twee gevlochten kettinkjes van zuiver goud.