Exodus
hoofdstukken 28:31-37
BasisBijbel
31De [ hoge ]priester draagt het priesterschort over een bovenkleed. Maak dat bovenkleed van blauwe stof. In het midden komt een halsopening.
32Die moet rondom een sterk geweven rand hebben, zodat de halsopening niet kan scheuren.
33Maak langs de onderrand van het kleed granaatappeltjes van blauwe, paarse en rode stof, met daartussenin gouden belletjes.
34Telkens om en om een gouden belletje en een granaatappeltje, helemaal rondom langs de onderrand van het bovenkleed.
35Aäron moet dit bovenkleed aan hebben als hij dienst doet. Het geluid van de belletjes moet te horen zijn als hij het heiligdom binnengaat en als hij naar buiten gaat. Anders zal hij sterven.
36Maak een plaat van zuiver goud en snijd daarin de tekst: 'Heilig voor de Heer.'
37Maak die plaat met een blauw koordje vast op de voorkant van de tulband.