Exodus
hoofdstukken 29:14-20
BasisBijbel
14Het vlees, de huid en de darmen moet je buiten het tentenkamp verbranden. Het is een vergevings-offer.
15Daarna moeten Aäron en zijn zonen hun handen op de kop van één van de schapen leggen.
16Slacht dat schaap daarna en werp het bloed rondom tegen de zijkanten van het altaar.
17Verdeel het schaap in stukken. Was de darmen en poten en leg ze op de kop en de andere stukken.
18Verbrand het hele schaap op het altaar. Het is een brand-offer voor Mij, waar Ik blij mee ben.
19Daarna moeten Aäron en zijn zonen hun handen op de kop van het andere schaap leggen.
20Slacht dat schaap daarna en smeer een beetje bloed aan de rechter oorlel van Aäron en van zijn zonen. Ook aan hun rechterduim en aan hun rechter grote teen. De rest van het bloed moet je rondom tegen de zijkanten van het altaar werpen.