Exodus
hoofdstukken 3:1-5
BasisBijbel
1Mozes was herder geworden van de kudden van Jetro [ (= Rehuël) ], de priester van Midian, de vader van zijn vrouw. Op een keer had hij de kudde naar de overkant van de woestijn gebracht. Daar kwam hij bij de berg Horeb [ (= Sinaï) ], de berg van God.
2Daar kwam de Engel van de Heer naar hem toe. De Engel stond midden in een braamstruik en zag er uit als een vuurvlam. Mozes zag dat de braamstruik wel in brand stond, maar niet verbrandde.
3Hij dacht: "Dat is wonderlijk! Ik zal eens gaan kijken waarom die braamstruik niet verbrandt."
4Toen de Heer zag dat hij ging kijken, riep Hij vanuit de braamstruik: "Mozes! Mozes!" Hij antwoordde: "Ja, Heer."
5Toen zei de Heer: "Kom niet dichterbij. Trek je schoenen uit, want je staat op heilige grond.