Exodus
hoofdstukken 34:2-8
BasisBijbel
2Wees morgenochtend klaar en klim de berg Sinaï op. Kom daar bij Mij op de top van de berg.
3Maar er mag niemand met je meekomen. Er mag zelfs niemand op de hele berg komen. Er mogen zelfs geen schapen, geiten of koeien grazen in de buurt van de berg."
4Toen hakte Mozes twee platte stenen, hetzelfde als de eerste twee stenen. Vroeg in de ochtend klom hij de berg Sinaï op, zoals de Heer had bevolen. Hij had de twee platte stenen in zijn hand.
5De Heer kwam naar beneden in een wolk en ging daar bij hem staan.
6De Heer liep langs hem heen en riep: "Ik ben de Heer! Ik ben vriendelijk en geduldig, liefdevol, vol medelijden en vol waarheid.
7Ik ben vriendelijk en goed voor duizenden mensen en vergeef hen hun slechtheid en ongehoorzaamheid. Maar schuldige mensen zal Ik niet onschuldig verklaren. Als mensen Mij niet willen gehoorzamen, zal het slecht met hen gaan. Hun ongehoorzaamheid zal gevolgen hebben tot in de derde en vierde familie ná hen."
8Mozes knielde haastig op de grond neer, boog zich diep en zei: