Exodus
hoofdstukken 36:14-20
BasisBijbel
14Ze maakten ook tentkleden van geitenhaar. Die werden een tent over de [ eerste ] tent. Elf tentkleden maakten ze.
15Elk tentkleed was 30 el [ (13½ m) ] lang en 4 el [ (1,8 m) ] breed. Alle elf tentkleden waren even groot.
16Ze maakten vijf van de tentkleden aan elkaar en de zes andere tentkleden maakten ze aan elkaar.
17Ze maakten 50 lussen aan de rand van het laatste tentkleed van het ene stel en 50 lussen aan de rand van het laatste tentkleed van het andere stel.
18Ze maakten 50 koperen haakjes, staken ze in de lussen en haakten daarmee de tentkleden aan elkaar vast. Zo werden de tentkleden één geheel.
19Ook maakten ze van roodgeverfde schapenvachten een dekkleed voor de tent en daaroverheen een dekkleed van dun leer.
20Ze maakten van acaciahout rechtopstaande planken voor de wanden van de tent.