Exodus
hoofdstukken 36:19-25
BasisBijbel
19Ook maakten ze van roodgeverfde schapenvachten een dekkleed voor de tent en daaroverheen een dekkleed van dun leer.
20Ze maakten van acaciahout rechtopstaande planken voor de wanden van de tent.
21Elke plank was 10 el [ (4½ m) ] lang en 1½ el [ (67 cm) ] breed.
22Elke plank had twee koppelstukken waarmee de planken aan elkaar vastgemaakt konden worden.
23Ze maakten 20 planken voor de zuidkant van de tent.
24Onder die 20 planken maakten ze 40 zilveren voetstukken. Dus twee voetstukken onder elke plank. Daarin pasten de koppelstukken.
25Ook voor de andere kant van de tent, de noordkant, maakten ze 20 planken