Exodus
hoofdstukken 36:8-14
BasisBijbel
8Toen maakten ze de tent van tien tentkleden van blauwe, paarse en rode stof en fijn linnen, met prachtig ingeweven engelen.
9Elk tentkleed was 28 el [ (12½ m) ] lang en 4 el [ (1,8 m) ] breed. Alle tentkleden waren even groot.
10Ze maakten vijf van de tentkleden aan elkaar. Ook de andere vijf kleden maakten ze aan elkaar.
11Ze maakten blauwe lussen aan de rand aan het laatste kleed van de vijf tentkleden die aan elkaar genaaid waren. Hetzelfde deden ze aan de rand van het laatste kleed van de andere vijf tentkleden die aan elkaar genaaid waren.
12Zo maakten ze 50 lussen aan het eind van het laatste tentkleed van het ene stel tentkleden en 50 lussen aan het eind van het laatste tentkleed van het andere stel tentkleden. Ze deden het zó, dat de lussen van het ene stel recht tegenover de lussen van het andere stel kwamen.
13Ze maakten 50 gouden haakjes, staken ze in de lussen en haakten daarmee de tentkleden aan elkaar vast. Zo werd de tentkleden samen één tent.
14Ze maakten ook tentkleden van geitenhaar. Die werden een tent over de [ eerste ] tent. Elf tentkleden maakten ze.