Exodus
hoofdstukken 37:10-16
BasisBijbel
10Hij maakte de tafel van acaciahout: 2 el [ (90 cm) ] lang, 1 el [ (45 cm) ] breed en 1½ el [ (68 cm) ] hoog.
11Hij bedekte die met zuiver goud en maakte er rondom een opstaande gouden rand op.
12Hij maakte eerst rondom op de tafel een opstaande houten rand van 1 handbreedte [ (7½ cm) ] hoog. Die rand bedekte hij met goud.
13Hij maakte vier gouden ringen en zette die ringen vast op de vier hoeken aan de vier poten.
14De ringen zaten dicht bij de rand, als houders voor de draagstokken om de tafel mee te dragen.
15Hij maakte van acaciahout de draagstokken voor de tafel en bedekte ze met goud.
16En hij maakte van zuiver goud de dingen die op de tafel hoorden: de schotels [ voor de broden ], de schalen [ voor het wierook ], de kannen [ voor de wijn ] en de kommen voor het bloed.