Exodus
hoofdstukken 37:14-20
BasisBijbel
14De ringen zaten dicht bij de rand, als houders voor de draagstokken om de tafel mee te dragen.
15Hij maakte van acaciahout de draagstokken voor de tafel en bedekte ze met goud.
16En hij maakte van zuiver goud de dingen die op de tafel hoorden: de schotels [ voor de broden ], de schalen [ voor het wierook ], de kannen [ voor de wijn ] en de kommen voor het bloed.
17Hij maakte de kandelaar van zuiver, massief goud. Het voetstuk, de middelste steel en de lamphouders met de bloemknoppen en bloesems waren één geheel.
18Uit de zijkanten [ van de middelste steel ] kwamen zes armen. Drie armen aan de ene kant en drie armen aan de andere kant van de middelste steel.
19Hij maakte aan elke arm een lamphouder in de vorm van drie amandelen, met een amandelbloesem en een bloemknop. Alle zes armen van de kandelaar werden hetzelfde.
20Op de middelste steel van de kandelaar maakte hij een lamphouder in de vorm van vier amandelen, met amandelbloesems en bloemknoppen.