Exodus
hoofdstukken 37:7-13
BasisBijbel
7Hij maakte twee engelen van massief goud, één aan elke kant van het deksel.
8Eén engel aan de ene kant en één engel aan de andere kant. Het deksel en de twee engelen waren samen uit één stuk gemaakt.
9De engelen hielden hun twee vleugels naar boven uitgespreid. Zo verborgen ze met hun vleugels het deksel. Ze stonden met hun gezichten naar elkaar toe en keken in de richting van het deksel.
10Hij maakte de tafel van acaciahout: 2 el [ (90 cm) ] lang, 1 el [ (45 cm) ] breed en 1½ el [ (68 cm) ] hoog.
11Hij bedekte die met zuiver goud en maakte er rondom een opstaande gouden rand op.
12Hij maakte eerst rondom op de tafel een opstaande houten rand van 1 handbreedte [ (7½ cm) ] hoog. Die rand bedekte hij met goud.
13Hij maakte vier gouden ringen en zette die ringen vast op de vier hoeken aan de vier poten.