Exodus
hoofdstukken 39:18-24
BasisBijbel
18De andere kant van de twee gevlochten kettinkjes maakten ze vast aan de twee gouden bevestigingsplaatjes op de voorkant van de schouderbanden van het priesterschort.
19Ze maakten twee gouden ringen en zetten ze aan de [ onderste ] twee hoeken van de borsttas, op de binnenrand, aan de kant van het priesterschort.
20Ook maakten ze twee gouden ringen en zetten die vast op de twee schouderbanden van het priesterschort, onderaan de schouderbanden, aan de voorkant, dicht bij de plaats waar de schouderbanden aan het schort vastzitten. Dus vlak boven de gordel van het priesterschort.
21Ze maakten de ringen op de onderste twee hoeken van de borsttas met een blauwe draad vast aan de ringen van het priesterschort. Zo zat de borsttas vast aan de gordel van het priesterschort. Dan kon hij niet van het priesterschort afschuiven – zoals de Heer het Mozes had bevolen.
22Hij maakte het bovenkleed waarover het priesterschort moest worden gedragen, helemaal van blauwe stof.
23In het midden zat een halsopening. Rondom die opening was een stevige geweven rand, zodat de halsopening niet zou kunnen scheuren.
24Ze maakten langs de onderrand van het bovenkleed granaatappeltjes van blauwe, paarse en rode stof.