Exodus
hoofdstukken 39:23-29
BasisBijbel
23In het midden zat een halsopening. Rondom die opening was een stevige geweven rand, zodat de halsopening niet zou kunnen scheuren.
24Ze maakten langs de onderrand van het bovenkleed granaatappeltjes van blauwe, paarse en rode stof.
25Ze maakten belletjes van zuiver goud en zetten die belletjes vast tussen de granaatappeltjes aan de onderrand van het bovenkleed.
26Telkens om en om een gouden belletje en een granaatappeltje, helemaal rondom langs de onderrand van het bovenkleed voor de dienst – zoals de Heer het Mozes had bevolen.
27Ze maakten voor Aäron en zijn zonen geweven onderkleren van fijn linnen.
28Ook maakten ze de tulband, de prachtige mutsen en de broeken van fijn linnen, en de gordel van blauw, paars en rood draad en fijn linnen.
29De gordel werd een kleurig borduurwerk – zoals de Heer het Mozes had bevolen.