Exodus
hoofdstukken 4:11-17
BasisBijbel
11Maar de Heer zei tegen hem: "Wie heeft de mensen een mond gegeven? Wie zorgt ervoor dat iemand wel of niet kan praten? Of wel of niet kan horen, of zien? Ik, de Heer!
12Doe dus wat Ik zeg. Ik zal je mond helpen en je vertellen wat je moet zeggen."
13Maar hij zei: "Alstublieft Heer, stuur iemand anders!"
14Toen werd de Heer boos en zei: "De Leviet Aäron is je broer. Ik weet dat hij goed kan spreken. Hij zal naar je toe komen. Hij zal erg blij zijn je weer te zien.
15Vertel hem wat hij zeggen moet. En Ik zal jouw mond en zijn mond helpen. En Ik zal jullie zeggen wat je moet doen.
16Hij zal voor jou tegen het volk spreken. Zo zal hij jouw mond zijn. Via hem zul jij aan Farao laten weten wat Ik wil.
17En houd deze staf in je hand. Daarmee moet je de wonderen doen."