Exodus
hoofdstukken 4:8-14
BasisBijbel
8[ En de Heer zei: ] "Als ze je na het eerste wonder nog niet geloven, dan zullen ze je geloven na het tweede wonder.
9Maar als ze je na het tweede wonder nog steeds niet willen geloven, moet je water uit de rivier nemen en op de grond gieten. Dat water zal onmiddellijk veranderen in bloed."
10Mozes zei tegen de Heer: "Maar Heer, ik ben niet goed in spreken. Dat ben ik nooit geweest en dat ben ik nog steeds niet. Ik heb moeite met praten."
11Maar de Heer zei tegen hem: "Wie heeft de mensen een mond gegeven? Wie zorgt ervoor dat iemand wel of niet kan praten? Of wel of niet kan horen, of zien? Ik, de Heer!
12Doe dus wat Ik zeg. Ik zal je mond helpen en je vertellen wat je moet zeggen."
13Maar hij zei: "Alstublieft Heer, stuur iemand anders!"
14Toen werd de Heer boos en zei: "De Leviet Aäron is je broer. Ik weet dat hij goed kan spreken. Hij zal naar je toe komen. Hij zal erg blij zijn je weer te zien.