Exodus
hoofdstukken 6:7-13
BasisBijbel
7Ik zal jullie naar het land brengen waarvan Ik heb gezworen dat Ik het jullie zou geven. Ik zal doen wat Ik aan Abraham, Izaäk en Jakob beloofd heb. Ik zal het aan jullie geven. Want Ik ben de Heer."
8Mozes zei dit tegen de Israëlieten. Maar ze wilden niet naar hem luisteren, omdat ze het zo moeilijk hadden en ze nog steeds slaven waren.
9Toen zei de Heer tegen Mozes:
10"Ga naar de Farao. Zeg hem dat hij de Israëlieten uit zijn land moet laten vertrekken."
11Maar Mozes antwoordde: "Heer, de Israëlieten luisterden al niet eens naar me. Waarom zou de Farao dan wél naar me luisteren? Ik kan niet eens goed spreken!"
12Maar de Heer stuurde Mozes en Aäron naar de Israëlieten en naar de Farao. Hij wilde dat zij de Israëlieten uit Egypte zouden meenemen.
13Dit zijn de familiehoofden van de familie van Israël:De zonen van Ruben, de oudste zoon van Israël, waren: Henoch, Pallu, Hezron en Karmi. Zij zijn de familiehoofden uit de familie van Ruben.