Exodus
hoofdstukken 7:10-16
BasisBijbel
10Mozes en Aäron gingen naar de Farao en deden wat de Heer had gezegd. Aäron gooide zijn staf op de grond, terwijl de Farao en zijn dienaren toekeken. De staf veranderde in een slang.
11Toen riep de Farao de Egyptische geleerden en tovenaars. Zij deden door hun toverkunsten hetzelfde.
12Ze gooiden allemaal hun staf op de grond en elke staf veranderde in een slang. Maar de staf van Aäron at de andere slangen op.
13Maar de Farao bleef koppig en wilde niet luisteren – zoals de Heer ook gezegd had.
14De Heer zei tegen Mozes: "De Farao blijft koppig. Hij weigert het volk te laten vertrekken.
15Ga morgenochtend naar de Farao. Hij zal naar het water gaan. Wacht op hem aan de kant van de rivier. Houd de staf die in een slang veranderd is geweest, in je hand.
16Zeg dan tegen hem: 'De Heer, de God van de Hebreeën, heeft mij naar u toe gestuurd. Ik moet u zeggen: Laat mijn volk naar de woestijn gaan om Mij te dienen. Maar tot nu toe heeft u niet willen luisteren.