Exodus
hoofdstukken 7:17-23
BasisBijbel
17Zo zult u zien wie de Heer is: ik zal met deze staf op het water van de rivier slaan. Dan zal het water in bloed veranderen.
18De vissen in de rivier zullen dood gaan. De hele rivier zal ervan stinken. De Egyptenaren zullen het water van de rivier niet meer kunnen drinken.' "
19Verder zei de Heer tegen Mozes: "Zeg tegen Aäron dat hij zijn hand met de staf moet uitstrekken over al het water in Egypte. Over alle rivieren, kanalen, plassen en waterbakken. Al dat water zal in bloed veranderen. In heel Egypte zal bloed zijn, zelfs in alle waterkruiken en waterbakken."
20Mozes en Aäron deden wat de Heer had bevolen. De Farao en zijn dienaren zagen hoe Aäron met zijn staf op het water van de rivier sloeg. Al het water veranderde in bloed.
21De vissen in de rivier gingen dood. De hele rivier stonk ervan en de Egyptenaren konden het water niet meer drinken. In heel Egypte was het water veranderd in bloed.
22Maar de Egyptische tovenaars deden door hun toverkunsten hetzelfde. Daarom bleef de Farao koppig en wilde hij niet naar hen luisteren – zoals de Heer ook gezegd had.
23De Farao draaide zich om, ging naar huis en trok zich er niets van aan.