Exodus
hoofdstukken 7:3-9
BasisBijbel
3Maar Ik zal de Farao koppig maken en Ik zal grote wonderen doen in Egypte.
4Maar de Farao zal niet naar jullie willen luisteren. Daarom zal Ik Egypte zwaar straffen. En mijn volk, de stammen van Israël, zal Ik uit Egypte meenemen.
5Dan zullen de Egyptenaren zien hoe machtig Ik ben. Ik zal de Israëlieten uit hun land wegleiden. Dan zullen de Egyptenaren toegeven dat Ik de Heer ben."
6Mozes en Aäron deden wat de Heer hun had bevolen.
7Mozes was 80 jaar en Aäron was 83 jaar toen ze bij de Farao kwamen.
8De Heer zei tegen Mozes en Aäron:
9"Als de Farao tegen jullie zegt: 'Doe eens een wonder [ om te bewijzen dat God jullie echt gestuurd heeft ]!' dan moet je tegen Aäron zeggen: 'Neem je staf en gooi die bij de Farao op de grond.' De staf zal in een slang veranderen."