Exodus
hoofdstukken 9:12-18
BasisBijbel
12Maar de Heer zorgde ervoor dat de Farao koppig bleef, zodat hij niet naar hen wilde luisteren – zoals de Heer ook tegen Mozes gezegd had.
13De Heer zei tegen Mozes: "Sta morgenochtend vroeg op en ga naar de Farao. Zeg tegen hem: 'Dit zegt de Heer, de God van de Hebreeën: Laat mijn volk gaan om Mij te aanbidden.
14Want nu zal Ik al mijn rampen over uzelf, uw dienaren en uw volk uitstorten. Dan zult u toegeven dat er op de hele aarde niemand is zoals Ik.
15Ik had u en uw volk al lang kunnen doden met de pest.
16Maar Ik laat u in leven om u mijn kracht te laten zien. Zo zal op de hele aarde bekend worden wie Ik ben.
17U wil mijn volk nog steeds niet laten gaan.
18Daarom zal Ik het morgen om deze tijd zwaar laten hagelen. Nog nooit eerder heeft het zó zwaar gehageld in Egypte.