Exodus
hoofdstukken 9:5-11
BasisBijbel
5De Heer zei ook wanneer Hij dat zou doen: "Morgen zal Ik dit doen."
6En de Heer deed dit op de volgende dag. Al het vee van de Egyptenaren ging dood, maar geen één dier van de Israëlieten stierf.
7De Farao stuurde mensen om te gaan kijken en inderdaad: niet één dier van de Israëlieten was gestorven. Toch bleef de Farao koppig en liet het volk niet gaan.
8De Heer zei tegen Mozes en Aäron: "Schep met je handen as uit een brood-oven. Ga naar de Farao en gooi de as in de lucht.
9De as zal veranderen in stof dat zich over heel Egypte verspreidt. Alle mensen en dieren in heel Egypte zullen er zweren met blaren van krijgen."
10Toen haalden ze as uit een brood-oven. Ze gingen ermee voor de Farao staan en Mozes gooide de as in de lucht. Toen kregen alle mensen en dieren grote, dikke zweren met blaren.
11De tovenaars waren door die zweren te ziek om bij Mozes te blijven staan. Want zij kregen net zo goed zweren als alle andere Egyptenaren.