Ezechiël
hoofdstukken 1:2-8
BasisBijbel
2Dat was vijf jaar nadat koning Jojachin gevangen meegenomen was naar Babel.
3Ik ben priester Ezechiël, de zoon van Buzi, en woon bij de rivier de Kebar in het land van de Babyloniërs. Daar kwam Gods Geest over mij en sprak de Heer krachtig tegen mij.
4Dit was wat ik zag. Er kwam plotseling een stormwolk uit het noorden, een enorme wolk met een stralende glans er omheen. Binnen in de wolk was een vuur. En in dat vuur zag ik iets dat schitterde als gloeiendheet metaal.
5Toen zag ik midden in de vuurgloed de gestalten van vier wezens.
6Ze zagen er mensachtig uit, maar ze hadden vier gezichten en vier vleugels.
7Hun benen waren gewoon recht, maar hun voeten leken op de hoeven van een kalf, glanzend als gepoetst koper.
8Ze hadden mensenarmen onder hun vleugels. Ze hadden gezichten en vleugels.