Ezechiël
hoofdstukken 3:2-8
BasisBijbel
2Ik deed mijn mond open en Hij stopte de boekrol in mijn mond.
3En Hij zei tegen mij: "Mensenzoon, eet je vol van deze boekrol." Ik at de boekrol op, en hij smaakte zo zoet als honing.
4Daarna zei Hij tegen mij: "Mensenzoon, ga nu naar de Israëlieten. Zeg tegen hen wat Ik tegen jou zeg.
5Ik stuur je niet naar een volk met een moeilijke taal, een taal die je niet begrijpt . Nee, Ik stuur je naar je eigen volk: het volk Israël.
6Ik stuur je niet naar buitenlandse volken waarvan je de taal niet verstaat. Als Ik je daar naartoe gestuurd had, zouden zij naar je geluisterd hebben.
7Maar het volk Israël zal niet naar je willen luisteren, want ze willen nooit naar Mij luisteren. Want het hele volk Israël is koppig en eigenwijs.
8Maar Ik zal jou net zo koppig en eigenwijs maken als zij zijn. Daardoor zul je je niets van hen aantrekken.