Ezechiël
hoofdstukken 32:2-8
BasisBijbel
2"Mensenzoon, zing dit treurlied over de Farao: Farao, u vindt uzelf een machtig koning, een leeuw van de volken.Maar u bent een riviermonster: waar u liep, borrelde het water,het water golfde en werd troebel en vuil.
3Daarom zegt de Heer: Ik vang u in mijn vangnet.Een grote menigte zal u op de kant trekken.Ze halen u op met mijn net.
4Ik zal u op de kant neergooien en in het veld smijten.Daar laat Ik u liggen voor de vogels en de wilde dieren.Ze eten zich vol aan u.
5Ik verspreid uw vlees over de bergen.Ik vul de dalen met uw stinkende resten.
6Ik laat het land waar u rondzwom vollopen met uw bloed.Het stijgt tot aan de bergtoppen.De rivieren zullen vol zijn met uw bloed.
7En als Ik uw leven uitdoof,zal Ik de hemel bedekken.Het licht van de sterren zal Ik doven.Ik zal de zon achter wolken verbergen.De maan zal geen licht meer geven.
8Vanwege u zal Ik zon, maan en sterren verduisteren.In het hele land zal het donker zijn, zegt de Heer.