Ezechiël
hoofdstukken 33:1-4
BasisBijbel
1De Heer zei tegen mij:
2"Mensenzoon, zeg tegen de mensen van je volk: Als er een oorlog dreigt, zetten de mensen een wachtpost neer.
3Als hij het leger van de vijand ziet komen, blaast hij op de ramshoorn om de mensen te waarschuwen.
4Stel dat iemand het alarmsignaal wel hoort, maar zich er niets van aantrekt. Als hij dan door de vijand gedood wordt, zal dat zijn eigen schuld zijn.