Ezechiël
hoofdstukken 37:3-9
BasisBijbel
3De Heer zei tegen mij: "Mensenzoon, kunnen deze botten weer levend worden?"
4Ik zei: "Heer, alleen U weet dat." Toen zei Hij tegen mij: "Profeteer tegen deze botten: Luister, verdroogde botten, naar wat de Heer zegt.
5Dit zegt de Heer tegen jullie: Ik blaas weer leven in jullie. Ik maak jullie weer levend.
6Ik zal jullie weer bedekken met spieren, vlees en huid. En Ik zal weer leven in jullie blazen, zodat jullie weer levend worden. Dan zullen jullie beseffen dat Ik de Heer ben."
7Ik profeteerde dit tegen de botten, zoals de Heer mij had gezegd. Terwijl ik tegen de botten sprak, hoorde ik een gerommel. Ik zag dat de botten begonnen te bewegen! Botten die bij elkaar hoorden, kwamen bij elkaar en vormden geraamten.
8Ik bleef kijken en zag dat er spieren, vlees en huid op kwamen. Maar er was nog geen leven in.
9Toen zei de Heer tegen mij: "Profeteer tegen de levensgeest, mensenzoon. Zeg: Dit zegt de Heer: Kom uit de vier windrichtingen, levensgeest, en blaas in deze doden. Dan zullen ze weer levend worden."