Ezechiël
hoofdstukken 40:3-9
BasisBijbel
3In de poort zag ik een man staan die glansde als koper. Hij had een meetlint en een meetstok in zijn hand.
4De man zei tegen mij: "Mensenzoon, let goed op wat je hier zal zien en horen. Want daarvoor ben je hier gebracht. Vertel later aan het volk Israël alles wat je hier hebt gezien."
5Ik zag dat rondom het hele gebouw een muur liep. De man had in zijn hand een meetstok van 6 el lang. (Een el op de meetstok was 1 el plus een handbreedte. ) Daarmee ging hij de dikte en de hoogte van de muur opmeten. De muur was 6 el [ (3,18 m) ] dik en 6 el hoog.
6Toen liep hij naar de poort aan de oostkant. Hij ging de traptreden op en ging de ingang van de poort opmeten. De ingang aan de ene kant was 6 el [ (3,18 m) ] diep. De ingang aan de andere kant [ die op het plein uitkwam ] was ook 6 el diep.
7In de poort waren kamers. Elke kamer was 6 el [ (3,18 m) ] lang en 6 el breed. Tussen de kamers was een muur van 5 el [ (2,65 m) ]. Daarna kwam er een doorgang naar de voorhal. De voorhal was verdeeld in twee portieken achter elkaar. De doorgang naar de voorhal was 6 el [ (3,18 m) ] diep.
8De man nam de maten op van het binnenste portiek. Het was 6 el [ (3,18 m) ] diep.
9Van dat portiek ging een doorgang naar het buitenste portiek. Dat portiek was 8 el [ (4,24 m) ]. De ingang was 2 el [ (1,06 m) ] diep.