Ezechiël
hoofdstukken 7:5-11
BasisBijbel
5Dit zegt de Heer: Een ramp! Een enorme ramp komt eraan!
6Het einde is gekomen! Ja, jullie einde komt eraan! Het gaat beginnen! Het einde komt!
7Bewoners van Israël, jullie noodlot komt eraan! De tijd is gekomen! Geen dag van gejuich, maar een dag van paniek in de bergen.
8Want Ik ben woedend. Daarom zal Ik komen en mijn straf over jullie uitstorten. Jullie zullen je straf krijgen voor alle verschrikkelijke dingen die jullie hebben gedaan.
9Ik zal jullie niet vergeven. Ik zal geen genade met jullie hebben. Ik zal jullie veroordelen voor hoe jullie hebben geleefd. Jullie zullen beseffen dat Ik, de Heer, jullie straf.
10Het is tijd! De straf wordt voltrokken. Want zij die heersen zijn trots en doen wat ze willen.
11Jullie hebben je straf zelf veroorzaakt. Jullie worden door je eigen geweld vernietigd. Niets kan jullie redden: jullie zelf niet, jullie rijkdom niet. En niemand zal over jullie treuren.